



Een mooi tijdperk is vorige week tot een einde gekomen. In de drie jaren dat wij hier nu al weer wonen, hebben wij ont-zet-tend genoten van de prachtige Perenboom. In de lente met z'n prachtige bloesem, in de zomer z'n ultiem idyllische schaduw en in de herfst de overheerlijke stoofperen (of te wel 'toverperen' zoals Simon ze noemde.)
Afgelopen zondag opende ik de gordijnen van de woonkamer en werd direct getroffen door het hartverscheurende aanblik van de omgevallen boom. Op het allermooiste speelhuisje, ooit in elkaar getimmerd door een opa voor zijn kleinkinderen (onze overbuurmeisjes). Wat een ramp. De boom heeft de harde stormwinden die nacht niet kunnen trotseren.
Tegen de tijd dat het besef tot ons doordrong dat dit niet terug te draaien is, stonden onze kinderen te sjorren aan onze pyamabroeken. "Mogen we onze kleren aan??? We willen zoo graag buiten spelen!!" En zo werd de pijn enigszins verzacht. De perenboom is niet meer, wel een ultiem gave klimboom, of zoals Simon het ziet; een piratenboot of ruimteschip of raket of vliegtuig of apenhuis of boomrestaurant of....